Franciscus Holkema
Een andere beroemde Holkema,is Franciscus Holkema, een student biologie. In 1868
herontdekte hij de cranberry,ook wel de amerikaanse veenbes of lepeltjesheide genoemd.
Dit alles vond plaats op het eiland Terschelling of Vlieland.  

Oorspronkelijk was het Studentenplak een natte duinvallei. In 1868 ontdekte Holkema, student
biologie, hier voor het eerst de cranberry, ook wel Amerikaanse veenbes of lepeltjesheide
genoemd.
Op Terschelling is een hele cranberry-cultuur ontstaan.

De naam Studentenplak

Het fietspad dat in West-Terschelling begint en langs het zwembad en het voetbalveld loopt naar
West aan Zee (paal 8), voert even over de helft langs het Studentenplak. Een wat typische naam,
zo op het eerste gezicht. Maar bij nader inzicht is de naam makkelijk te verklaren en
nauw verbonden met de cranberry.

In de vorige eeuw was het gebied van het tegenwoordige Studentenplak een natte duinvallei, zoals
er zoveel in het Terschellinger duingebied voorkwamen. In 1868 komt er een zekere Holkema,
student biologie, naar Terschelling om de plantengroei van de Nederlandse Noordzee-eilanden
te bestuderen. Hij heeft vrij veel belangstelling voor een bepaald stukje duin. In dit stukje duin hebben de eilanders hun invloed wat minder doen gelden dan het duingebied meer oostelijk. Daardoor is het nog vrij gaaf gebleven en het bestuderen waard. Vanwege de belangstelling van de student wordt de duinvallei al spoedig 'studentenplak' genoemd. (Plak staat voor plaats of plek; een natte duinvallei wordt vaak aangeduid met waterplak, later verkort tot plak). In de natte vallei het Studentenplak komt Holkema als eerste het cranberry-struikje tegen. Nergens in Nederland is het plantje ooit eerder aangetroffen. Sindsdien zijn de namen Studentenplak en Holkema onlosmakelijk verbonden met de cranberry.
De Cranberry

Volgens een (algemeen  aangenomen) overlevering is  de cranberry op de volgende  manier op Terschelling  terecht gekomen: 'Het is een  stormachtige novembernacht  in de vorige eeuw wanneer  Pieter-Sipkes Cupido het  warme echtelijke bed  verruilt voor de striemende  regen op het strand. Turend  en duwend tegen de storm  loopt hij van paal tot paal  langs het strand. Zijn ogen  hebben moeite met de regen.  Er beweegt iets in de  branding. Minuten lijken  uren, dan spoelt het  voorwerp aan. Het blijkt een  fors vat, volledig intact en  zwaar.

Pieters verwachtingen zijn  hoog gespannen. Met alle  kracht duwt hij de ton over  het strand en over de eerste  duinenrij. Al die inspanning  vraagt om een beloning,  vindt Pieter. Zijn  verkleumde vingers wrikken  aan de plug van het vat. Een  hartversterkertje zal er  best ingaan.

In de eerste ochtendgloren  ziet Pieter verbaasd een  handje rode bessen in het  zand rollen. Verbazing wordt  woede. Hij had er meer van  verwacht. In drift krijgt  het vat een ferme schop met  de klomp en het barst. De  bessen vliegen in het rond.  Mokkend gaat Pieter  huiswaarts, onvoldaan."

De eilanders noemden de  bessen vroeger wel 'Pieter  Sipkesbeien': een duidelijke  aanwijzing dat de  overlevering misschien wat  mooier is gemaakt, maar een  kern van waarheid bezit.

De naam Cranberry (of  eigenlijk Craneberry) komt  van kraanvogel: de sierlijk  gebogen bloem had wel wat  van de nek van een  kraanvogel. Andere namen  zijn 'Amerikaanse veenbes'  en 'lepeltjesheide'.

De bes vond in het  Studentenplak (eigenlijk  toevalligerwijs) een milieu  dat aan haar eisen voldeed:  een kalkloze, zure en  vochtige grond met  wisselende waterstand. 's  Winters en in het voorjaar  stond het plak enkele  tientallen centimeters onder  water, 's zomers stond het  water kort onder het  maaiveld. Omdat vele  duinvalleien dezelfde  omstandigheden kenden kon  het plantje zich vrij snel  uitbreiden.

De cranberry is een klein  groenblijvend struikje. De  kleine blaadjes zijn  leerachtig groen met een wit  waslaagje aan de onderkant.  Wanneer ze met velen in een  nat plak voorkomen, lijkt  het net of er een groen  tapijt op de grond ligt. De  besjes zijn eerst geelachtig  wit, en worden bij het  rijpen steeds donkerroder.

Ontwikkeling van de  cranberry

De eilanders moesten eerst  niets hebben van de wrange  en zure, misschien wel  giftige, bessen. De  cranberry-cultuur kwam op  gang toen eind vorige eeuw  iemand van de wal het  Studentenplak pachtte voor  de cranberry-oogst. De  bessen kregen waarde! Meer  valleien volgden. Het duurde  niet zo lang voor de  valleien in cultuur werden  genomen. Er vonden  beheersmaatregelen ten  gunste van de cranberry  plaats als: waterstand  beheersbaar maken, valleien  opnieuw inplanten, valleien  met een zekere regelmaat  'overzanden' (de planten  'verjongden' zich  vervolgens), eggen e.d.  Naast het Studentenplak  waren onder andere het  Rijsplak en het Stenneplak  ontgonnen. Op het hoogtepunt  van de cranberry-handel was  er ongeveer 60 hectare in  cultuur.

In de Tweede Wereldoorlog  waren de duinen verboden  gebied en de  cranberry-valleien  verwaarloosden. Na de oorlog  werd de cultuur wel weer  opgepakt, maar op veel  kleinere schaal: in 1960 nog  zo'n 14 hectare. Tot voor  kort werd helemaal geen  onderhoud meer gepleegd.

Het plukken gebeurt nog net  als voorheen: met de hand,  of met een speciaal ervoor  ontworpen plukbak, waarmee  de harde besjes van de  struikjes worden geritst.

Micro-klimaat en cranberry.
In het duingebied kunnen  grote verschillen in  micro-klimaat voorkomen. Dit  verschil komt onder andere  tot uitdrukking in de  temperatuur. Wanneer in  voorjaar en zomers boven de  wadden een hogedrukgebied  aanwezig is (voor kortere of  langere tijd), dan zal als  gevolg hiervan tegen de  avond de wind wegvallen.  Door de zonnestraling van de  voorgaande dag is de bodem  heel droog. In duinpannen en  droge duinvalleien daalt de  temperatuur dan razendsnel  door nachtelijke  uitstraling, nog eens  versterkt doordat koude  lucht zich op de laagste  plekken (in de duinpannen en  valleien) verzamelt. Tegen  de ochtend bereikt ze haar  laagste waarde. Vlak boven  de grond kan het dan tot  nachtvorst komen. De  cranberries zijn er in hun  bloeitijd uiterst gevoelig  voor. Veelvuldig mislukt de  oogst erdoor. Bovenop het  duin is niets te bespeuren  van de plaatselijke kou.

Het verschil in dag- en  nachttemperatuur van het  onderste luchtlaagje kan  zulke momenten wel 50 graden  bedragen.

Is de bodem nat, dan valt  het allemaal wel mee. Water  geleidt de warmte goed. In  het micro-klimaat van een  natte vallei zakt de  temperatuur in het voorjaar  bij helder koud weer minder  dan in een drogere vallei.  De cranberry heeft er dus  alle belang bij in het  voorjaar met de 'pootjes' in  het water te staan. Eertijds  was dit ook altijd het  geval, tot het duingebied op  veel plaatsen ontwaterd werd  ten behoeve van  dennen-aanplant.

Het langzaam droger worden  van de plakken doet  daarnaast de verruiging van  de vegetatie en de  vergrassing toenemen; de  zure regen helpt er een  handje bij. Hoewel er veel  cranberrystruikjes tussen de  ruige vegetatie blijven  staan, vormen ze in dit  soort velden geen groene  tapijten meer.

Het Studentenplak nu

Tegenwoordig is het  Studentenplak een weinig  interessante duinvallei  meer. Ze is in plaats van  een natte duinvallei tot een  verdroogde duinvallei  geworden. De vegetatie  bestaat niet meer uit  moerasplanten, maar uit  droge duinheide,kraaiheide  en struikheide. Door middel  van afplaggen tracht men  iets van de vroegere  cranberry-cultuur in dit  'plak' terug te krijgen.
De Cranberry
Cranberry-struikjes
Franciscus Holkema
Overgenomen uit Holkema Geschiedenis